Soort van de maand april: de IJsvogel in het Beekdal

U heeft waarschijnlijk de prachtige foto’s van onze ijsvogels in het Beekdal voorbij zien komen. Een paartje leek te gaan broeden in de ijsvogelwand op het Elisabeth terrein. Ze zijn nu al een tijdje niet waargenomen. Groenvrijwilligers broeden op manieren om de ijsvogelwanden nog geschikter te maken voor een succesvolle broedonderneming. Graag delen wij met u wat informatie over de broedende ijsvogel, vooral het stuk over de jongen die in een stervorm gezeten eerlijk hun beurt om gevoed te worden afwachten is fascinerend. Veel leesplezier! Met deze informatie in het achterhoofd: houdt u ogen open in het Beekdal! bron: wikipedia

beelden zien van de ijsvogel? https://www.vogelbescherming.nl/beleefdelente/ijsvogel

Voortplanting van de ijsvogel
De ijsvogel broedt meestal twee à drie keer per jaar. Bij zeer gunstig weer of verlies van een legsel kunnen tot vier legsels per jaar worden geproduceerd. Aan het begin van de paartijd in februari zoekt het mannetje een vrouwtje, meestal hetzelfde vrouwtje als het voorgaande jaar. Hij kan in de paartijd tot drie vrouwtjes bevruchten. De paarvorming begint met een achtervolging in de lucht, vlak bij de toekomstige locatie van het nest. Tijdens deze achtervolging slaakt het mannetje scherpe kreten. Hiermee wordt de agressie van de ijsvogels geneutraliseerd. Vervolgens strijken de dieren naast elkaar neer en richten ze zich verticaal op, met de snavel licht omhoog. Na de paarvorming begint het mannetje met de bouw van het nest. Als het mannetje een oud nest wil betrekken, toont hij dit door er geregeld in en uit te vliegen.

IJsvogels maken holen in een steile oeverkant of een omgevallen boom om er te broeden. Het mannetje klemt zich eerst vast aan de oeverwand en graaft met de snavel de grond weg. Met de poten veegt hij de uitgegraven aarde uit het hol. Ook het vrouwtje helpt wat later mee met de bouw van het nest. In het begin houdt zij zich echter meer bezig met het verdedigen van het territorium. Het hol bestaat uit een licht oplopende gang met een doorsnede van 5 tot 5,5 cm en een lengte van 30 tot 100 cm. Deze gang eindigt in een ronde nestkamer, waarin de eieren worden gelegd. De opening van het hol bevindt zich meestal zo’n 90 tot 180 cm van de bodem, zelden lager dan 60 cm. Na een week is de nestgang klaar.

Na de bouw van het nest volgt de balts, waarbij het mannetje een visje aanbiedt aan het vrouwtje. De balts wordt meestal vergezeld door veel geroep. Zodra het vrouwtje de vis heeft geaccepteerd en opgegeten volgt de paring. Het vrouwtje toont haar paringsbereidheid door zich horizontaal te strekken. Het mannetje zweeft eerst kort boven haar in de lucht, om daarna op haar rug te landen. Om in evenwicht te blijven klappert hij met zijn vleugels, en soms houdt hij zich met zijn snavel vast aan de veren in haar nek. Gedurende een week vinden meestal meerdere paringen plaats. Bij volgende paringen wordt de balts echter overgeslagen.

De broedtijd duurt van maart tot juli en is afhankelijk van de geografische locatie. In West-Europa worden de eerste eieren half maart gelegd, in Oost-Europa half april. De nestkamer waarin de eieren worden gelegd is onbedekt. Een legsel bestaat uit vier tot acht (soms tot tien) witte, ronde eieren. Ze hebben een diameter van 2 cm en een gewicht van 3,6 tot 4,7 gram. Het broeden begint nadat het laatste ei is gelegd, waardoor de eieren ongeveer tegelijkertijd uitkomen. Het paar broedt samen de eieren uit; ze wisselen elkaar iedere twee tot vijf uur af.

Na een broedtijd van 18 tot 21 dagen komen de eieren uit. Bij het uitkomen zijn de kuikens blind en naakt. De eerste week worden ze warmgehouden door de ouders. Na deze week zijn de kuikens bedekt met korte veren. Zowel het mannetje als het vrouwtje verzorgt de jongen. Zij voeden de kuikens met insecten, visjes en kleine kreeftachtigen. De prooidieren zijn iets groter dan die waarmee de ouders zichzelf voeden. De prooi wordt met de kop naar voren aangeboden. De eerste twee à drie weken wachten de jongen in de nestkamer op de ouders. De bodem van de kamer raakt hierdoor bedekt met braakballen, visschubben, graten en andere voedselresten. De jongen zitten in het hol in een stervorm, met de snavels naar de opening gericht. Het kuiken dat voor de ingang zit krijgt als enige voedsel. Nadat één voedsel heeft gekregen, schuift de “ster” een plaats op. Op deze manier krijgt ieder jong voer. Als een jong probeert voor te dringen, wordt hij door de andere jongen met harde pikken gestraft. Later wachten de kuikens de ouders op in de gang.

Na 23 tot 27 dagen verlaten de jongen het nest en nemen plaats op een tak, waar ze nog twee tot vier dagen worden gevoerd. Vaak is het ouderpaar dan al begonnen aan een tweede legsel, in een andere nestgang. Na deze dagen worden de jongen weggejaagd of verlaten ze uit zichzelf het territorium van de ouders. Ze vormen het volgende jaar zelf een territorium. Na een jaar zijn ze geslachtsrijp.

De ijsvogel bereikt in de natuur een gemiddelde leeftijd van 7 jaar, maar in uitzonderlijke gevallen kan in het wild een leeftijd van 21 jaar worden bereikt. In gevangenschap gehouden exemplaren hebben minder last van natuurlijk verval veroorzaakt door parasieten, voedseltekort en ziektes en kunnen daardoor ouder worden, gemiddeld bereiken ze een leeftijd van 21 jaar.

Deel dit bericht: Share on LinkedIn0Tweet about this on TwitterShare on Facebook0Share on Google+0Email this to someone